‘Je wordt ongelukkig op je werk van al die geluksofficers’

1 juli 2018

Amplitiedeskundige

Chief Hapiness Officers zouden niet leiden tot meer winst en waarschijnlijk ook niet tot meer geluk. Integendeel, ze bouwen de voedingsbodem voor burn-outs en overspannenheid. Wat vind ik daarvan?

Deze kop van een artikel kwam ik van de week tegen op https://www.ad.nl/ad-werkt/je-wordt-ongelukkig-op-je-werk-van-al-die-geluksofficers~acf44f31/. In het artikel wordt gesteld dat “de enorme druk die Chief Happiness Officers, gelukswethouders en de zelfhulpindustrie leggen op geluk kan leiden tot ongezonde verwachtingen en onrealistische ambities. Een saaie dag op het werk, een rotvergadering, een vervelende collega: het is allemaal heel gewoon, maar wie moet werken in een bedrijf met een Chief Happiness Officer krijgt al snel de indruk dat hij verkeerd bezig is als hij een dagje geen life-changing moment beleeft of niet high-fivend door de gangen loopt.”

Als je het mij vraagt is bovenstaande inderdaad een risico van de toenemende aandacht voor het thema werkgeluk. Indien een leidinggevende of HR-medewerker de verantwoordelijkheid krijgt om aandacht te besteden aan werkgeluk van de medewerkers, gebeurt dit tussen de andere taken, verantwoordelijkheden en targets door. Ervan uitgaande dat er überhaupt tijd en aandacht aan besteed wordt. En een Chief Happiness Officer of werkgelukdeskundige aannemen zonder dat duidelijk is wat de taken en verantwoordelijkheden zijn, zorgt ervoor dat gestreefd wordt naar life-changing moments en high-fives in de gang. Want hoe werk je anders aan geluk?

Wat mij betreft ligt het probleem inderdaad bij ongezonde verwachtingen en onrealistische ambities, maar vooral ook bij de definitie van werkgeluk. Wat verstaat men daar eigenlijk onder? Is een werknemer gelukkig als hij dansend en lachend door de gangen gaat en ballonnen oplaat wanneer er een succes te vieren is? Nee. Werkgeluk is een vaag en soms zelfs zweverig begrip als je het op deze manier aanvliegt.

Werken aan werkgeluk is een stuk concreter en tastbaarder te maken door in te zetten op amplitie. Waar curatie gericht is op het oplossen van problemen en risico’s en preventie gericht is op het voorkomen ervan, is amplitie gericht op het versterken van de positieve staat van alle medewerkers. Wanneer je amplitie goed doet, zal er minder preventie en curatie nodig zijn. Net zoals curatie ooit is aangevuld met preventie, moet er nu een verschuiving plaatsvinden richting amplitie.

Om op een amplitieve wijze te werken aan werkgeluk hebben wij (van Talent College) werkgeluk opgedeeld in vier pijlers: gezondheid, bevlogenheid, talentmanagement en werkinrichting. Het versterken van deze vier gebieden heeft een bewezen positief effect op verzuim, productiviteit, prestaties, verloop, kortom: organisatiesucces.

Om constructief te kunnen werken aan amplitie introduceren wij een nieuwe functie: amplitiedeskundige. Een amplitiedeskundige versterkt, vergroot en verbetert de positieve staat van medewerkers om het algehele werkgeluk binnen een organisatie te vergroten. De amplitiedeskundige reageert op de behoefte aan het succesvol kunnen opstellen en uitrollen van plannen om te werken aan werkgeluk binnen organisaties.

Samenvattend ben ik het met de schrijver van het artikel eens dat wekelijkse werkgelukcijfers afgeschaft moeten worden en dat Chief Happiness Officers en werkgelukdeskundigen geen positieve waarde hebben als zij ernaar streven dat medewerkers elke dag met een blij gezicht rondhuppelen. Echt gelukkige medewerkers creëer je door hun te waarderen als authentieke individuen. Door een positieve bijdrage te leveren aan hun gezondheid, ze verantwoordelijkheid te geven voor taken die ze leuk vinden en waar ze goed in zijn en door ze de mogelijkheid en passende begeleiding aan te bieden, zodat zij hun werk zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Oftewel, werk aan amplitie!